Arthur D. Little matrix maken? Uitleg en voorbeeld

 in Marketingmodellen

De Arthur D. Little matrix geeft inzicht in de concurrentieposities van organisaties. De levensclyclus geeft aan in welke fase de organisatie is. De matrix is opgedeeld in 4 levenscyclus fases en 5 concurrentieposities. De Arthur D. Little matrix kan ook toegepast worden voor producten of diensten (PMC’s).

Heb ik de Arthur D. Little matrix nodig?

Je hebt de matrix nodig als je:

  • duidelijkheid over de positie van je product of dienst wilt;
  • je afvraagt of je strategie wel goed is vastgesteld op je product of dienst;
  • wilt weten of je moet investeren of moet desinvesteren in een product of dienst.

Welke variabelen heb ik nodig?

Levenscyclus

Embryo: In deze fase is het product in, invoering van stadium. Er is een snelle groeimarkt dus er zijn hoge investeringen nodig. Er is weinig concurrentie, nieuwe technologieën en hoge prijzen.

Groei: De markt blijft zich versterken. De verkoop verhoogd en er zijn weinig tot geen concurrenten. De organisatie wordt beloond voor het op de markt brengen van een nieuw product.

Rijpheid: De markt is stabiel en heeft een gevestigd klantenbestand. Het marktaandeel is stabiel,, maar er is veel/hevige concurrentie. Er wordt weinig geld/energie gestoken in differentiatie.

Aftakeling: De vraagt neemt af en bedrijven verlaten de markt. In deze fase is er is strijd om marktaandelen.

Concurrentiepositie

Dominant: Dit is zeldzaam en vaak van korte duur. Er is weinig of geen concurrentie en het komt voor bij invoer van een nieuw product.

Sterk: Het marktaandeel is sterk en stabiel ongeacht wat concurrenten doen.

Gunstig: De organisatie geniet van competitieve voordelen. Er zijn veel concurrenten van gelijke sterkte. Hierdoor moet de organisatie blijven werken aan het concurrentievoordeel. Er is geen duidelijke marktleider.

Houdbaar: In deze fase gaat het om het verbeteren van producten. De organisatie opereert vaak in een niche. De positie van de organisatie is beperkt, waardoor sterke concurrenten zich bezig houden met inhalen d.m.v. het opzetten van nieuwe PMC’s.

Zwak: Het marktaandeel van PMC’s is dalend. De organisatie is vaak te klein om winstgevend te blijven.

Hoe kan ik de Arthur D. Little matrix toepassen?

De Arthur D. Little matrix houdt zich bezig met twee vragen:

  • Hoe sterk is de marketingstrategie van de organisatie?
  • In welke fase zitten de producten of diensten ten opzichte van de concurrentie?

In het Arthur D. Little matrix heb je dus te maken met de horizontale as en de verticale as. Op de horizontale as plaats je de levenscyclus. Deze wordt bepaald aan de hand van het marktaandeel, de investering en de winstgevendheid van de organisatie.

Op de verticale as plaats je de concurrentiepositie van je PMC’s. Deze wordt bepaald door de groei in de markt en het marktaandeel in het segment.

Arthur D. Little matrix

Wat kan ik eruit halen?

De Arthur D. Little matrix is een inschattingsmodel. Het helpt je om opnieuw in te spelen met je PMC’s om meer concurrentievoordeel te halen. De matrix geeft daarnaast ook duidelijkheid over je productportfolio.

Wanneer je PMC’s zich linksboven (groen) bevinden zal een investering zich positief uiten. Het product bevindt zich dan bijvoorbeeld in de fase van rijpheid en sterk. Wanneer je PMC’s zich rechtsonder (rood) bevinden is het verstandig om te desinvesteren. Het product of dienst is zwak met zijn concurrentiepositie en groeit niet snel genoeg in de groei fase van de levenscyclus.

Was dit artikel nuttig?

Ja Nee

Vragen of opmerkingen?