Het uitvoeringsplan bestaat uit 1. Strategie 2. Implementatie 3. Evaluatie

Strategie

Nu een voorkeursoptie is geselecteerd kan er voor deze situatie een strategie bepaald worden. Bekijk in welk kwadrant je optie zit van confrontatiematrix (groei, aanval, verdediging of exit) en verwerkt dit in je strategie.

Het SPD-model (segmenteren, doelgroep en positioneren) vormt de marktbenadering op strategisch niveau voor de organisatie.

Strategische sturing

De strategische sturing van de onderneming geeft aan wat de onderneming op langere termijn wil bereiken. Hieronder vallen visie en missie van de onderneming. Het verschil tussen missie en visie:

  • Met de missie geeft de organisatie aan welke segmenten de organisatie toegevoegde waarde wil bieden.
  • Met de visie geeft de organisatie aan op welke wijze en met welke producten of diensten ze deze toegevoegde waarde wil bieden.

Het is van belang dat de doelen en doelstellingen concreet geformuleerd zijn. Formuleer dus SMART doestellingen voor de organisatie op lange termijn.

Strategische gerichtheid

Iedere organisatie kiest voor een andere marktbenadering. Hieronder worden de verschillende manieren waarop een onderneming de markt kan benaderen omschreven:

  • Productgericht: Een organisatie is productgericht wanneer deze gefocust is op het maken van producten en het in de makt zetten van producten.
  • Concurrentiegericht: Een organisatie werkt concurrentiegericht wanneer de producten en diensten die op de markt afgezet worden in concurrentie met andere leveranciers op bijvoorbeeld, prijs, levertijd, kwaliteit.
  • Marktgericht: Een organisatie werkt marktgericht wanneer ingespeeld wordt op de behoefte van een of meerdere marktsegmenten. De markt is hierbij dus verdeeld in homogene groepen/segmenten. De organisatie richt zich op dezelfde wijze op alle afnemers in een specifiek segment.
  • Klantgericht: Een organisatie is klantgericht wanneer de behoefte van de individuele klant vertaald wordt naar een product of dienst. De organisatie speelt in op iedere klant afzonderlijk.

Segmenteren

Een organisatie gaat haar afnemers in groepen verdelen (segmenteren) zodat er op iedere groep op een andere manier kan worden ingespeeld.

Als we kijken naar consumentengedrag variabelen . Valt het op dat iedere doelgroep een ander koopgedrag, verbruiksgedrag en demografische kenmerken heeft.

Om een groep afnemers in te kunnen delen in een segment moet een segment aan bepaalde criteria voldoen:

  • Meetbaar, het segment moet in aantallen uitgedrukt kunnen worden.
  • Bereikbaar, de afnemers in het segment moeten op een bepaalde manier bereikt kunnen worden.
  • Omvang, het segment moet een bepaalde omvang hebben.

Nu de segmenten bekend zijn maakt de organisatie een keuze om alle segmenten te benaderen of slechts een deel ervan.

Doelgroep

De doelgroep zijn de segmenten waarop de organisatie zich als eerste gaat richten. Alles wat te maken heeft met de doelgroep kan worden vastgesteld in de Parfitt & Collins analyse.

Targeting is het vaststellen van de doelgroepen/deelsegmenten waarop de organisatie zich gaat richten binnen het marketingplan. Als de doelgroep eenmaal is vastgesteld kan er worden gekeken naar hoe de doelgroep benaderd kan worden.

Positioneren

Positioneren gaat over hoe de organisatie de doelgroep en de markt benaderd. De onderneming gaat zich op een bepaalde wijze profileren naar de afnemers en concurrenten. Het positioneren in deze paragraaf moet overeenkomen met de strategische gerichtheid van de organisatie. Er zijn twee invalshoeken om te positioneren. De eerste is de positionering naar de afnemers. Dit wordt waardegerichtheid genoemd. De tweede is de positionering ten opzichte van de concurrentie dit wordt concurrentiegerichtheid genoemd.

Waarde gerichtheid

De waardegerichtheid van de organisatie kan goed in kaart gebracht worden met behulp van het waarde model van Treacy en Wiersema.

Ondernemingen kunnen zich op de volgende manieren profileren:

  • Bij product leadership richt de organisatie zich op excelleren op innovatie en merkmarketing “best product”.
  • Bij operational excellence richt de organisatie zich op een lage verkoopprijs met een redelijke kwaliteit “best performance”.
  • Bij customer intimacy richt de organisatie op het aanbod en wensen van de afnemers “best service”.

Concurrentiegerichtheid

Bijna elke organisatie heeft te maken met concurrenten en dus ook met de wijze hoe ze zich ten opzichte van deze concurrenten gaan opstellen. Porter geeft hiervoor een aantal strategieën:

  1. Kostenleiderschap
  2. Differentiatie
  3. Focusstrategie
  4. Stuck in the middle

Implementatieplan

Op welk niveau heeft jouw implementatieplan gevolgen?:

Evaluatie

Door te evalueren kunnen aanvullende criteria geformuleerd worden ter verbetering van de implementatie en de organisatie. Hiermee maak je van je
van je marketingstrategie een succes.

Nog geen reacties, laat een reactie achter!


Plaats een vraag

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.